ivan put

fotograag in Brussel

Kapellekesbaan (1)

De Kapellekesbaan (1). De onze-lieve-vrouw van Lourdes grot in Jette. Wie komt daar nog zitten, bidden, knielen? Lotte Debrouwere vroeg het en kwam terug met wonderlijke verhalen. “Hier doen we de wissel van de kinderen. Deze plek straalt rust uit”, Lila en Antonio. in het Nieuwsblad. Lezen!!

“Whitney Houston is daar”, zeg ik tegen de fotograaf. “Echt, het is Whitney Houston in haar jonge jaren.” Dit kan niet. Dit is geen verschijning zoals Bernadette die ooit zag als veertienjarige aan de grot van Lourdes. Bernadette die hier nu op haar knieën zit te kijken naar Onze Lieve Vrouw die boven haar hoofd hangt. ‘Ave Maria’ staat er, in blauwe neonletters. “Verdoeme”, zegt de fotograaf. “Ze lijkt er echt op.” “Niet vloeken”, sis ik.

Whitney Houston blijkt Lydia Dirnelle te zijn. Een bloedmooie vrouw van 34. Congolees, maar geadopteerd door Belgen. Ze stak net een kaarsje aan. “Mijn mama kon niet voor me zorgen. Ze had een vreselijke postnatale depressie waar ze nooit is uitgeraakt”, vertelt ze terwijl ze de hand van haar vriend Nyiwa vasthoudt. “Ze kreeg die depressie na mijn geboorte. Ik heb haar twee keer gezien, maar ze was mentaal ziek. Ik ben niet boos op haar omdat ze me afstond. Ik ben wel triest. Mama was een briljante vrouw en had universitaire studies gedaan. Ze had zo’n mooi leven kunnen hebben. Mijn adoptiemoeder is gestorven toen ik dertien was. Ik had toen helemaal geen moederfiguur meer. Ik bleef achter met mijn adoptievader in België. Hij nam me vaak mee naar kapelletjes om te bidden tot Moeder Maria. Om mij te troosten zei hij dat Moeder Maria de moeder van alle mensen was. En dat zij dus ook een beetje mijn moeder was. Ik heb in mijn leven vaak tot haar gebeden. Heel vaak. Toen mijn adoptievader ook stierf, voelde ik me alleen op de wereld. Ik ben teruggegaan naar Congo, maar daar voelde ik me niet op mijn plaats. En hier ben ik ook eenzaam geweest.” Lydia werkt in een luxezaak in een shoppingcentrum. “Daar waar men gelooft in geld in plaats van in liefde.” Haar vriend Nyiwa legt zijn arm over haar schouder. “Ze bidt elke dag. Ik bid minder, maar doe mijn best. Ik wil dicht bij haar staan en haar steunen. Ik zie haar doodgraag. Ik bid dat we samen gelukkig mogen zijn.”

Ze zijn niet alleen. In de grot van de kapel zitten tussen elke inham en elk spleetje briefjes. Honderden papiertjes en post-itjes. Samengevouwen smeekbedes om hulp in donkere tijden. Er hangen vergeelde foto’s van zij die niet meer leven of zij die wel wat steun kunnen gebruiken van Moeder Maria en haar trawanten. Het leeft hier. En geen klein beetje. 10.000 kaarsen per jaar worden hier verkocht. Via het winkeltje en de kaarsenautomaat naast de grot. 0,80 cent voor een kaars. Je kan kiezen tussen een lange, witte kaars of een platte in een rood plastic potje. Vreemd om geld in te steken en een kaars uit zo’n gleuf te zien vallen. Alsof je een blikje uit een cola-automaat haalt. Het enige verschil: de automaat geeft geen geld terug. En God ziet u. Of toch Jezus, die boven zijn moeder Maria aan zijn zes meter hoog kruis hangt.

Leeftijdsverschil? Et alors?

“Ge ziet hier wat passeren”, zegt André. “Alle kleuren, alle soorten volk. Van arbeider tot advocaat.” André is de man die via het ocmw de tuin van de kapel mag verzorgen.

“Ik was verhuizer maar mijn rug is kapot. Ik heb vanalles verhuisd, inclusief vibrators”, lacht hij. “Maar nu kan ik dus niet meer en ben ik via het ocmw hier beland.” Hij legt zijn tuinslang neer. Ik vraag hem naar de liefde. Of zijn hart ook is verpand, zoals dat van Whitney Houston. Hij knikt.

“Ze is zo zacht”, zegt hij verlegen. André is na jarenlang alleen zijn eindelijk met zijn gat in de boter gevallen. Haar naam? Suzanne. Hij is stapelgek op haar. Ook al is zijn Suzanne 72 lentes en hij 58. Ze werkt in het winkeltje naast de kapel, waar je Jezus op papier kan kopen, Maria kan aansteken met een lucifer en Jozef aan je koelkast kan hangen.

Hij kent Suzanne al lang. Hij heeft nog de rolstoel van haar man geduwd. De arme man was van de camion gevallen, had zijn voet gebroken, zeven operaties in totaal. Tijdens de achtste werd zijn voet geamputeerd en dat was het begin van het einde.“We zaten aan zee, in hotel Floreal. Plots begon hij te zweten. Kletsnatte pyjama’s. Acht dagen later was hij dood. Stafylokokken. Dodelijke bacterie.”

En toen bleef Suzanne alleen achter. André zag haar terug op een feest. “En daarna, ge kent dat”, giechelt het meisje van 72. “Via facebook van ‘koekoek, hoe is het nog met u en gaan we eens afspreken’”, grijnst ze. In café Le Miroir op de markt was het bingo. Een jaar lang kwam hij elke dag op bezoek. Soms bleef hij slapen. Maar seks, dat niet. “Alleen zoenen. En mekaar knuffelen. Tederheid.” Ze haalt haar schouders op. “Dat was een relatie zo half en half. Ik heb op een avond gezegd ‘luister manneke, zo gaat het niet verder, dat half en half gedoe. Zouden wij niet trouwen?” Voila, Suzanne had de koe bij de horens gevat. “Hij zei ja en toen kwam er champagne natuurlijk. “Op onze trouw werd Unchained melody gespeeld. Kent ge dat?”

Ja, ik ken dat en begin te zingen. Vals weliswaar. De zwarte kat aan de kapel verstopt zich. “Och, my love, my darling. I’m hungred for your touch.” Suzanne neuriet mee. “Pas na onze trouw hebben we de liefde bedreven.”

Ze zijn getrouwd in dit kapelletje. “Ik geloof niet. Maar als ik bid, dan is het met een diep gedacht”, zegt Suzanne. En André? Die schudt het hoofd. “Ik ben een ongelovige Thomas. Eerst zien en dan geloven.” Suzanne weet dat de kans groot is dat ze André zal moeten achterlaten. “Dat zou de normale gang van zaken zijn. Ik ben daar bang voor. André is veel te braaf om alleen te zijn. Hij is zo goed voor mij. Ik heb veel meegemaakt. Mijn eerste man was vaak zat. Dan moest ik ’s avonds burelen gaan kuisen om de rekeningen te betalen. Mijn tweede man is dus van de camion gevallen. En nu, nu hoop ik om nog zo lang mogelijk te genieten van mijn derde man. Hij maakt de beste spaghettisaus.”

Of mensen het niet wat raar vinden, dat leeftijdverschil? “Et alors? Op liefde staat geen leeftijd. Ik voel dat niet”, zegt André. Vindt hij Suzanne knap? “Ze heeft een schoon karakter, dat is veel belangrijker.”

Ze pakken elkaar vast. Zoenen ongegeneerd. Onze Lieve Vrouw moet toch even slikken. “Elke dag zeggen we dat we mekaar graag zien. Ge weet maar nooit dat het de laatste dag is. En als het zo is, dan mag onze as hier uitgestrooid worden. Dat kapelletje en de mensen die hier komen, dat is een deel van onze familie.”

Wees gegroet Maria, vol van genade, de Heer zij met U. Theresa Lugaska zit op een bankje voor de grot met een paternoster tussen haar vingers. Ze kijkt in de lelijke ogen van het beest dat eenzaamheid heet. Ze was een poetsvrouw. Een Poolse poetsvrouw. Uit haar land naar hier gekomen om meer geld te verdienen. Het cliché ja. Maar haar rug is kapot van het poetsen. Haar knie ook. Op haar 53ste. En nu zit ze aan de ziekenkas en zijn de dagen lang. Om iemand te zien, om eens een praatje te slaan, komt ze hier af en toe zitten. “Ik bid ook. Om Moeder Maria te bedanken. Ze heeft me van de sigaretten geholpen. En om hulp te vragen voor mezelf en voor iedereen die het nodig heeft. “ Theresa huilt.“Ik zou wel willen terugkeren naar Polen, maar daar verdien je nog minder. En de ziekenkas is daar heel erg. Dan moet je overleven met vijf euro per dag.” Ze veegt haar tranen af, neemt een kleine, witte paternoster en stopt die in mijn hand. “Hier, omdat je wil luisteren. Ik zal voor je bidden.” Theresa heeft niets en toch geeft ze. Met haar kapotte knieën en haar zere rug, maakt ze een kruisteken en wandelt ze weg. Richting eenzaamheid.

Uit die eenzaamheid komt ook Aziz Amrani. Amper zevenendertig, maar toch voelt hij zich alleen. “Ik ben gescheiden. Ik heb nu wel een vriendin maar ze maakt het me moeilijk. Haar papieren lijken niet echt in orde te zijn. Ik wil nochtans een gewoon leven. Een gezin. En vijf kinderen. Een grote familie ja”, glimlacht hij. Aziz is moslim. “ Ach, hoe heet jullie profeet weer? Jezus? Wel, die is evengoed als onze profeet Mohammed. Ze geven het geloof door. Het goede. Ik passeer hier trouwens wel vaker maar wou het toch van dichtbij eens zien. Ik moet nu naar de moskee, sorry. Ik ga bidden voor jullie. En voor de liefde, want dat is toch wat je nodig hebt om te leven.”

Er wordt hier al lang gebeden. Toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak, kwamen heel veel mensen bidden, aan het kleine kerkje waar toen nog geen grot was. Het kerkje van priester Swalus. Mensen baden voor hun zonen die aan het front zaten. Of voor zichzelf, dat ze het allemaal zouden overleven. Toen op paasmaandag 1915 maar liefst vierduizend bedevaarders afzakten, kon de priester niet anders dan de viering geven op een stuk braakgrond naast de kerk. Toen beslisten ze dat op dat stuk grond een grot moest komen. Om al die biddende mensen op te vangen. Et voila, ze staat er. Koning Albert I schonk zelfs het altaar, dat nog altijd in het midden van de grot staat.

Vlak naast het altaar zit nu, honderd en vier jaar later, Ann-Chantal André-Dumont. Zevenentwintig en diepgelovig. “Ik stap elke dag in een kapel of kerk binnen”, zegt ze. Ik vind het belangrijk om echt fysiek aanwezig te zijn omdat God daar aanwezig is. Onze Lieve Vrouw geeft me altijd raad en bij haar kan ik altijd steun vinden. Ik ga trouwen en heb gebeden voor ons huwelijk. Mijn geliefde gelooft ook. Dat is eigenlijk een must. Ik wil die diepere band voelen.” Ann-Chantal is lerares Frans. “Ik merk dat veel jongeren in mijn klas de zinloosheid van het leven niet aankunnen. Dat ze eigenlijk behoefte hebben aan geloof, maar het niet vinden. Leerlingen vertellen me letterlijk dat ze dansen en drinken zodat ze zouden vergeten. Dat hun leven geen zin heeft, geen doel. Ze vinden het bijna waardeloos. Ik wou dat ze het geloof vonden.” Lila Messas Lopez, die op een bankje zit, moet dan weer niet zo het geloof vinden. “Ik wacht op mijn ex”, grijnst ze. “Hier doen we de wissel van de kinderen.” En zie, daar is de ex, Antonio Tedazzi. Een knappe Italiaan uit Rome. “Ik zag Lila voor het eerst toen ze serveuse was in een restaurant. Een coup de foudre.” Waarom ze gescheiden zijn? “Een Italiaan en een Spaanse. Te veel vuurwerk is ook niet goed.” Nu heeft hij een Duitse vrouw. “Ik denk dat dit de laatste wordt, ik had ook nog een Vlaamse en een Italiaanse. Ik ben rustiger geworden. Niet rijk in geld, maar rijk in het leven. Ik heb drie kinderen en dus twee kinderen met Lila. Ze heten Matteo die niet kon komen en Lila, die hier dus is. Ja, ook een Lila omdat we die naam zo mooi vonden. Genoemd naar haar mama.” Waarom ze hier afspreken? “Hier is alles peis en vree. Deze plek straalt rust uit. En sereniteit. Iedereen zou hier eens moeten komen. Gewoon vijf minuutjes zitten. Het lijkt alsof je even in een sprookje stapt. Even weg van alle wrijving. Van al het gedoe. Kortom, even weg van de krankzinnige wereld.”

Advertenties

Tom

Dikke proficiat aan Chloë, Saïd en Remy. Net op de valreep passeerden ze nog in Studio Put.

hot spots

OK er is iets met de tour in Brussel. MAAR blogster Sara Lou balance ses hot spots pour L’été. De Molem sister tipt topadressen in Molenbeek voor deze zomer. “Dès que le soleil se couche, je me proméne le long du canal”. Checken in Bruzz!!

Tracy

Wie ben ik? Vooreest een mens, een Belgische/Antwerpse vrouw met Congolese roots, 26-jaar oud, positief ingesteld en gedreven om iets moois van het leven te maken. Sinds 2017 werk ik als advocate in hartje brussel. In Antwerpen ben ik politiek actief in het ocmw. Ik ben graag in antwerpen en in Brussel. Brussel is een kosmpolitische dynamische meertalige stad. Minder leuk is het gevoel dat ik soms krijg als ik door de straten dat veel gebouwd is met geld uit Congo. Ik wil blijven strijden voor gelijkheid en gelijke kansen voor iedereen. Zet je mijn voeten niet op de foto? Ik draag mijn sportschoenen. Bij mijn toga horen zwarte hakken. Tracy Entra, chou de Bxl, humans of Brussels voor Bruzz.

Selfieverbod?

De populaire televisieserie Chernobyl heeft de plaats in Oekraïne populair gemaakt onder toeristen, die soms weinig historisch besef lijken te hebben. Moet er een selfieverbod komen op dergelijke plaatsen? Het is niet voor het eerst dat het onderwerp zich aandient: eerder waren er discussies over het maken van opgewekte selfies in Auschwitz en bij het Holocaustmonument in Berlijn (DeMorgen 19/06). Ik maakte deze reeks in Auschwitz I waar mensen poseren voor foto’s aan de poort met het opschrift Arbeit macht Frei.

Studio Robert

 

Ik ben geboren in Brussel. Rond mijn tweede verhuisde ik naar Zaire. MIjn vader had daar een palmolieplantage. Toen hij overleed keerde ik terug en werd assistant bij fotostudio Brainal in Etterbeek. Zaire trok te hard en ik opende fotostudio Robert in MBandaka, av de Clinique nr 1. Naast mijn huis was het AZAP, het Zairese persagentschap. Mobutu heeft mijn foto’s gezien.En ik werd zijn hoffotograaf. Op een dag was het wild vlees op zijn boot op en gaf hij me een geweer en een helicopter en moest ik een zeboe gaan schieten. Toen Kabila aan de macht kwam was de pret uit. 3 jaar geleden ben ik teruggekomen om mijn pensioen te regelen. Ik ben aan het sparen om terug te keren naar Kinshasha naar mijn tweede vrouw en mijn dochter van 15 die ik elke dag bel. Op een goede dag haal ik 50 euro op. Robert Camal (67) chou de bxl, humans of Brussels voor Bruzz.

de foorpaffer

vaderdag

De eerste vaderdag van Mathias Vergels. “Ik hoop dat Emile wat meer balans vindt in zijn leven dan ik heb”. “Mijn ouders hadden een bakkerij. Als ik nu vers brood ruik, dan is mijn dag om zeep”. Interview door Hans-Maarten Post in NB magazine.

Pride

“We feesten omdat we al een heel jaar blèten”. Rachael Moore coordinatrice van het Rainbow house over de Pride in Brussel. Nu te lezen in Bruzz.

Brutopia

Brutopia. de dromen van Brussel. Het nieuwe boek van wandelende reporter Pascal Verbeken wordt vanavond voorgesteld in de Buren. Blij dat ik 2 beelden mocht leveren. Het portret staat bij het interview staat bij het interview in Bruzz.

vrijdaggebed en dienst voor de overleden imam na de brandstichting in de sjiitische moskee in kuregem